phone +32 485 85 86 72

Myofunctionele stoornissen

Myofunctionele stoornissen zijn afwijkende mondgewoonten zoals duimzuigen, habitueel mond-ademen en foutief slikken. Die stoornissen kunnen een foutieve tongligging veroorzaken. Daardoor wordt de articulatie vaak verstoord. Daarnaast kunnen afwijkende mondgewoonten ook kaak- en gebitsafwijkingen in de hand werken. Een orthodontische aanpassing heeft ten volle nut als deze verkeerde mondgewoonten ook opgelost worden.

Duimzuigen is de frequentst voorkomende en meest problematische zuiggewoonte. Normaal neemt deze zuigbehoefte tegen het einde van het eerste levensjaar af en verdwijnt het. Tijdens het duim- of speenzuigen ligt de tong niet in haar normale positie tegen de bovenste tandboog, maar wordt ze in een lage ligging gedwongen en ontstaat er vaak een tongpersgewoonte. Wanneer de duim of speen niet in de mond is, hangt de mond meestal open en verslappen de lipspieren. Het is belangrijk dat zuiggewoonten verdwenen zijn voor de tandenwissel aanvangt.

Habitueel mondademen is de gewoonte om een deel van de ademlucht door de mond in te ademen, terwijl de neus voldoende doorgankelijk is. De gevolgen van mondademen en open mondgedrag zijn talrijk. Er kunnen problemen zijn met de tonghouding in rust, het slikken, de morfologie van boven- en onderkaak, het hard gehemelte, de tandenstand, de tonus van de neusvleugels, de lichaamshouding, de algemene tonus en de articulatie.

Bij infantiel slikken zien we dat de tongpunt tegen of tussen de tanden of lippen ligt en dat er een teveel of te weinig spanning is in de spieren die betrokken zijn bij het kauwen en slikken. Door het ontbreken van de druk van de tong tegen de tandboog kan het verhemelte niet in de breedte uitgroeien, waardoor dit een negatieve invloed uitoefent op de ontwikkeling van kaak- en gebitstructuren. Op het moment dat de tandenwissel aanvangt, moeten deze stoornissen zijn weggewerkt. Op die manier kunnen orthodontische behandelingen vermeden worden.

Men spreekt van een goede tongplaatsing in rust wanneer de tong licht aangezogen is tegen het verhemelte en rust op of tegen de bovenste tandboog. Bij een foutieve tongplaatsing in rust ligt de tong tegen het slijmvlies van de onderlip of op de mondbodem.

Wij richten ons in eerste instantie op het opsporen en aanpakken van de mogelijke oorzaken. Daarnaast zal vaak via gedragstherapeutische aanpak geprobeerd worden om de negatieve gewoonten te doen verdwijnen en het gewenste gedrag te laten toenemen. Ook de articulatieproblemen die vaak geassocieerd zijn aan deze schadelijke mondgewoonten, zullen aangepakt worden. Vaak gaat het om interdentale (tussentandse) of addentale (tegentandse) productie van o.m. de [s], [z], [t], [d], [n] en [l].